BeleefZaltbommel.nl
Hanzestad Zaltbommel, is een stad die je moet beleven met zijn oude straatjes en bijzondere gevels. In deze Hanzestad is de handel nog steeds levend.
Ontdek de vele winkeltjes en boetiekjes en proef de Hanze op de vele terrassen. "Ik ging naar Bommel om de brug te zien...". Martinus Nijhoff beschreef in 1934 de pracht van de mooie Gelderse vestingstad aan de Waal. Maar "Bommel" heeft zoveel meer! Niet alleen een prachtig pallet aan kunst en cultuur; ook leuke winkels, geweldige restaurants, historische gevels en eeuwen oude stadswallen en -mure
17/06/2026
Kun jij niet wachten tot de Hanzedagen van start gaan...
Of ben jij een enorme dierenliefhebber en heb jij meer interesse voor dieren dan voor een Hanzestad...
Dan hebben we goed nieuws voor jou!
Want speciaal voor de Hanzedagen komt Wildwijs naar Zaltbommel. In een middeleeuwse sfeer vertellen ze alles over hun dieren en dieren in de middeleeuwen.
๐ขHier wil jij natuurlijk bij zijn.
๐Umbra Tattoo
๐ฉBoschstraat 23a
โฐDonderdag 18 juni van 16:00 - 17:00 uur
๐ฐ Zondag 21 juni van 14:00 - 15:00 uur
17/06/2026
๐๐๐๐ ๐๐๐๐๐ ๐๐, ๐๐๐๐ ๐๐ ๐๐๐๐๐๐..
dat is de ondernemers in Hanzestad Zaltbommel met paplepel ingegoten.
Hanzestad Zaltbommel proef en beleef je.
Met trots presenteren we de Hanzekoffie (Koopvaardij), smaakvolle Hanzewijnen (Wijnkoperij van Boort) Hanze kaartspel (Bruna), Hanze chocola, te mooi om te eten (Olala Chocola + Zoete Huys), Hanze bier (Bommelaar Bier) en een Hanze van een kaas (Puur Kaas en delicatessen), Hanze planken, menu's, gebakjes...je proeft en ontdekt het allemaal in Hanzestad Zaltbommel.
16/06/2026
๐๐ฌ๐ฑ๐ฝ๐ฎ ๐ด๐ธ๐ธ๐น๐ถ๐ช๐ท๐ท๐ฎ๐ท...
In 1495 komt Gerrit Jansz Trip vanuit het Duitse Emmerik over de Rijn en vestigt zich in Bommel. Hij koopt een huis aan de Kerkstraat en legt daarmee de basis voor een van de meest opmerkelijke handelsfamilies van de stad. Zijn naam komt van het houten schoeisel dat zijn voorouders maakten en verkochten: trippen, klompen met een leren band over de wreef. In het familiewapen staan er drie afgebeeld. Van schoenmaker tot koopman: de Trips klimmen snel.
Zijn zoon Jan Gerritszoon Trip wordt geboren in 1500 en woont zijn hele leven in datzelfde huis aan de Kerkstraat. Hij handelt in hout, graan en ijzer. Hij bezit een schip dat hij later verkoopt in Dordrecht. Hij pacht het veer over de Waal, wat hem stabiele inkomsten oplevert naast de handel. Zijn broers Mattheus en Cornelis vertrekken naar Dordrecht. Jan blijft. Maar zijn blik reikt verder dan Bommel. Via zijn contacten in Emmerik, Lรผbeck en Amsterdam loopt zijn handelspraktijk naadloos mee met de Hanzeroutes die heel Europa doorkruisen.
In het pakhuis aan de Ruiterstraat liggen grote partijen hout hoog opgetast. Er zijn net een flinke lading wol en een koggeschip met planken binnengekomen. Jan inspecteert de voorraad, besprak met zijn administrateur wat gekeurd moet worden en wat voor de lokale markt bestemd is. Troebele tijden zijn goed voor de houthandel, bedenkt hij tevreden. Er is veel afgebrand de afgelopen jaren. Alles moet weer opgebouwd worden. En voor bouwen heb je hout nodig.
In de herberg op de Markt worden zaken beklinkt. Jan neemt plaats aan zijn vaste tafel, zijn klerk Mattheus een stap achter hem met papier en loodstift in de aanslag. Er staan stenen drinkkannen op tafel, brood, kaas en worst, een schaal gepofte kastanjes. Een partij hout gaat naar Dordrecht: zijn broers nemen het daar onder hun hoede. De overeenkomst wordt thuis netjes opgesteld, nagelopen door zijn vrouw en bezegeld met zijn rode zegel. Zo makkelijk is dat.
Want Bommel heeft zijn eigen munt. Al voor het jaar 1000 had de stad een muntgebouw. De Bommelaerstuivers zijn stabiel en betrouwbaar. Kooplieden als Jan weten dat een goede munt het fundament is van goede handel. Zonder stabiel geld geen stabiele prijzen, en zonder stabiele prijzen geen betrouwbare overeenkomsten. Jan heeft door zijn handen in de loop der jaren meer Bommelaers laten gaan dan hij zou kunnen tellen.
Na een werkdag loopt Jan terug naar het huis dat zijn vader kocht en dat sindsdien In de Trip heet. Het is niet het grootste huis van Bommel, lang niet zo imponerend als het pand van de schout, maar Jan is er gelukkig. Het is van steen, soliede en goed gelegen: niet te ver van de molens, niet te ver van het pakhuis, niet te ver van de haven. De gevel helt licht naar voren, om het regenwater goed af te voeren. De zijmuren en tussenmuren zijn van steen, wat het huis bijzonder brandveilig maakt.
Achter in het huis, in de kleine hangkamer die als een vide boven de voorkamer is gebouwd, zit zijn vrouw geld te tellen. Kaarsen zijn niet aangestoken: ze is spaarzaam. Ze weegt de geldzakjes, controleert de waarde en schrijft zorgvuldig bij hoeveel er verdiend is en hoeveel er uitgegeven mag worden. Ze rekent als de beste, zet moeiteloos Lรผbeckse koersen om naar Bommelaers en remt zijn neiging tot overinvesteren op precies het juiste moment. Hij heeft het getroffen. "Als we vijftien tot achttien gulden per jaar rekenen, gaan de kosten voor vijf jaar voor de baat uit," zegt ze zonder op te kijken. Ze bedoelt de cameren die ze willen laten bouwen, om te verhuren aan gildeleden. Vaste huurders, vaste inkomsten. Jan knikt. Ze heeft gelijk. Ze heeft altijd gelijk.
De kleinzonen van Jan zetten het werk voort op een schaal die hij zelf niet had kunnen voorzien. Zijn kleinzoon Elias trouwt met een Luikse dame uit de familie De Geer, rijke ijzerhandelaren. Jacob doet hetzelfde met haar zus. Samen worden Elias en Jacob Trip de grondleggers van het Trippenhuis in Amsterdam, een van de indrukwekkendste koopmanspanden van de Gouden Eeuw. De familie heeft ook een grafkelder in de Sint-Maartenskerk in Bommel. Die is verloren gegaan, maar de plek is dankzij een oude plattegrond bekend gebleven.
Jan zelf overlijdt in 1586. Een familielid met dezelfde naam, Jan Trip Janssen, loopt het jaar daarvoor al een tragisch lot tegemoet. Als waard van de herberg in de Korte Steigerstraat weigert hij op 4 augustus 1586 een dronken soldaat meer wijn te schenken. De ruzie loopt volledig uit de hand. Een half uur later is Jan Trip Janssen dood. In het begraafboek staat het simpel maar hard: "doorstoken ende gestorven." De stad rouwt. De familie gaat verder.
Jan Trip neemt jou dit weekend graag mee, om met trots het Bommelse Trip huis te laten zien.
De wandeling start zaterdag 20 juni om 12:45 uur + 14:45 uur.
Zondag 21 juni om 14:45 uur. Start is bij de Waterpoort.
Wandeling is gratis.
16/06/2026
๐ฐZe zijn goud waard!โจ
Ze zijn zeldzaam, deze wil je vinden.....
Heb jij al een Bommelse Hanze dukaat gevonden in de Binnenstad?
Bewaar hem goed en lever hem zaterdag 20 juni 2026 in op de weekmarkt, dan ontvan
**Per klant maximaal 2 munten toegestaan.
15/06/2026
๐๐ช๐ป๐๐ฌ๐ด๐ฎ๐ท ๐ญ๐ฎ ๐๐ธ๐ต๐ฎ๐ท๐ช๐ช๐ป
Ergens in de troebele jaren rond 1580 staat Marycken Hanrick Machielsen te kijken naar wat er over is van de molen van haar vader. Zwartgeblakerde balken, as, stilte. De molen is verbrand. Haar vader ook. En haar man, die hem probeerde te redden. Ze weet niet meer precies wie de aanstichter was van de brand die een groot deel van Bommel verwoestte. Een verre Spaanse heer, een boze hertog, troepen die de stad als speelbal gebruikten. Het maakt haar niet uit. De molen is weg. Zij is er nog.
Marycken is geen edelvrouw en geen koopmansdochter. Ze is een molenaarster, opgegroeid tussen de spil en de wieken, geleerd van haar vader hoe je graan, gerst, gort en rogge tot meel maalt. Ze kent het vak van kinds af aan en ze wil malen. Om in haar levensonderhoud te voorzien, om het werk van haar vader en man voort te zetten. In 1584 stuurt ze, met hulp van een schrijver want zelf kan ze niet schrijven, een brief naar het stadsbestuur. Ze vraagt toestemming voor een nieuwe molen bij de Gamersche poort.
Bij de Gamersche poort staan al molens in aanbouw als Marycken de molenmaker opzoekt. Er is een goede reden om hier te malen: uit het westen waait de meeste en krachtigste wind, en de verharde weg maakt het makkelijk om de gemalen waar naar de stad te vervoeren. Molens naast elkaar betekent ook dat molenaars elkaar kunnen helpen bij het kruien of bij onderhoud, als de grote spil ingevet moet worden met reuzel. Marycken kent veel molenaars via haar vader.
Marycken is sterk, dat heeft het werk haar gemaakt. Ze sjouwt meelzakken, zet de molen op de vang als het hard waait en weet hoe ze rugpijn bestrijdt met hete compressen van in kruidwater gedrenkt vilt. Ze eet sober: grutten met een heel klein snufje zout, want zout is duur geworden. Al jaren geen vlees. Groente krijgt ze soms van een vriendin die een tuintje bij de stadswal heeft. Als haar molen weer maalt, betaalt ze haar dubbel en dwars terug.
Op de dag dat de molenmaker en zij hun afspraak bezegelen met een ferme handdruk, loopt Marycken terug de stad in door de Gamersche poort. Op de Markt is het druk, karren en sjouwers komen en gaan. Hanzeschepen uit het oosten zijn aangemeerd. Er valt veel te malen. Bij het enige stenen huis aan de Markt bestelt ze onder het opengeklapte luik een kruik witte Moezelwijn. Ze heeft wat te vieren.
Kom jij zaterdag 20 en zondag 21 juni dit meevieren met Marycken?
Bij wijnkoperij van Boort vind je de smaakvolle Hanzewijn en Marycken staat daar voor de deur klaar om met jou op stap te gaan en je meer te vertellen over haar molen.
Start wandeling
Zaterdag 20 juni om 12:15 uur + 14:15 uur
Zondag 21 juni om 14:25 uur
14/06/2026
๐๐ฎ ๐๐ช๐ด๐ด๐ฎ๐ท๐ญ๐ป๐ช๐ฐ๐ฎ๐ป...
Als de puttertjes beginnen te kwetteren is Zacharias al wakker. Voorzichtig klimt hij uit de bedstee, zodat zijn vrouw niet wakker wordt. Hij kleedt zich aan in het kleine camerken in de Nonnenstraat, een van de vijf huisjes op een rij die het Burgerweeshuis in 1604 liet bouwen en verhuurt voor achttien gulden per jaar. Een korte jak over zijn tuniek. Zijn schiergrijze maillot, een linnen broek tot over de knie. Zijn leren schoenen met dikke zolen, soepel om zijn voeten, gemaakt voor kilometers. De leren lap, de zakhaak en het touw legt hij vast klaar. Dat heeft hij vandaag zeker nodig.
Zacharias kan niet lezen. Maar hij kent elk handelsmerk in Bommel uit zijn hoofd, van iedere koopman, iedere molenaar, iedere handelaar en hun voorvaderen en kinderen. Hij herkent stadszegels op het eerste gezicht. Lรผbeck, Kampen, Nijmegen: hij weet ze te onderscheiden ook al kan hij de letters niet ontcijferen. En hij kent de stad op zijn duimpje, iedere steeg, iedere doorgang, iedere herberg. Dat is zijn gereedschap, naast het touw, de zakhaak en de leren lap die zijn hoofd en nek beschermt tegen de snijdende druk van zware lasten.
In de Tolstraat staat het zakkendragershuis, al minstens sinds 1350 op die plek, zo blijkt uit de bakstenen die archeologen in 1993 bij opgravingen aantroffen. Groot en plat, van het type dat vanaf 1350 in gebruik was. Hier komen de zakkendragers samen als er werk te verdelen is. De huismeester luidt de klok. Wie zich binnen de afgesproken tijd meldt, krijgt de mooiste klussen als eerste. De rest wordt verdeeld door smakken: dobbelen met dobbelstenen in een speciale bak, de smakbak, om gedoe over wegrollende stenen te voorkomen. De hoogste ogen gaan voor.
Vandaag liggen er twee brieven te bezorgen als Zacharias als een van de eersten aankomt. Geen zware klus, maar een snelle. Eรฉn brief van de secretaris van schout en schepenen, naar de herberg om de hoek. De andere voor de schout zelf, naar de herberg in de Steigerstraat. Zacharias pakt beide aan. Wat erin staat interesseert hem niet. De boodschap is voor de ontvanger, niet voor hem. Hij ziet dat een van de zegels Lรผbeck is, of in ieder geval een stad ver stroomopwaarts in het oosten. Maakt niet uit. Snel afleveren is wat telt.
Na de brieven, na een kom grutten met spekrepen die zijn vrouw heeft klaargemaakt, smakt Zacharias opnieuw. Hij gooit geen hoge ogen. Maar er is werk: een baal smyrnawol van bijna tweehonderd pond die van de Waalkade naar de voller in de Volrestraat moet. Bijzondere wol, van een bijzonder schaap, waar heel fijne karsei van gemaakt kan worden. Die mag absoluut niet vermengd raken met gewone wol.
Bij de haven is het druk. Kraankinderen zijn bezig met het lossen van een groot Hanzeschip. Grote vaten wijn worden de kade opgetakeld. Handelslieden, wegers en administrateurs zijn in de weer. Zacharias meldt zich bij de kademeester en wacht geduldig terwijl de administrateur alles noteert. Met ongeduld schiet je niets op bij dit soort heren. Als alles is afgehandeld, sjort hij de baal op zijn rug, haakt de zakhaak achter het touw en schuift de lading met zijn schouders op de juiste plek. De leren lap moet goed zitten. Dan begeeft hij zich op weg. Veel langzamer nu. Zacharias is bijna honderd kilo zwaarder dan een uur geleden.
Onderweg mijmert hij over karsei. Die vollers, een smerig beroep, ruig volk, maar ze stampen met hun voeten wol tot een stof die van Londen tot Keulen bekend is. Warm, vochtwerend, zelfreinigend en oersterk. Als hij ooit heel hoge ogen gooit, een paar keer per dag, een week lang, dan koopt hij een mantel van karsei. Eรฉn voor zichzelf. Eรฉn voor zijn vrouw. Ooit.
Bij het hoekhuis in de Volrestraat meldt hij de lading. Hij krijgt een ontvangstbevestiging, een kostbaar stuk papier want dit is het bewijs waarmee hij zijn betaling kan innen. Hij maakt zich snel uit de voeten bij de vollers. Je moet er niet te lang rondhangen als je geen ruzie zoekt.
Terug in het zakkendragershuis int hij zijn geldstukken. Letterlijk licht aan zijn voeten loopt hij naar huis. Hij overweegt nog of hij diensten kan aanbieden bij de secretaris van de schepenen, of misschien helpen bij het dragen van een lijkbaar. Hij zal wel zien. De put aan het einde van de Nonnenstraat staat er gelukkig, zoals altijd. Bommel heeft een goede wel onder de stad, dat weet hij. En zijn vrouw zorgt dat ze fris en schoon blijven, want vieze geuren trekken ziekten aan en je wil toch niet bekendstaan als een ziekteverspreider. Zacharias heeft er een mooie werkdag opzitten. Zonder kleerscheuren.
Zacharias kijkt er naar uit om jou dit weekend te ontmoeten.
Hij wacht bij de Waterpoort.
Zaterdag 20 juni om 12:00 uur + 14:00 uur
Zondag 21 juni om 14:00 uur
14/06/2026
๐ญ๐ฎ๐น๐๐ฏ๐ผ๐บ๐บ๐ฒ๐น ๐บ๐ฎ๐ฎ๐ธ๐ ๐๐ถ๐ฐ๐ต ๐ผ๐ฝ ๐๐ผ๐ผ๐ฟ ๐๐ฎ๐ป๐๐ฒ๐ฑ๐ฎ๐ด๐ฒ๐ป ๐ฎ๐ฌ๐ฎ๐ฒ
Vanochtend zijn met veel creativiteit en passie Hendrik, Jip & Janneke aangekleed op de Waalkade, om zich op te maken voor de Hanzedagen.
Zij staan er al stralend bij.
Heb jij jouw outfit ook al klaar hangen voor dit weekend?
14/06/2026
๐ฅ๐ช๐ท ๐๐ช๐ต๐ฟ๐ฎ๐ป๐ฎ๐ท ๐ฒ๐ผ ๐ญ๐ฎ ๐ท๐ช๐ช๐ถ..
Everardus van Balveren wel te verstaan.
In het Zaltbommel van de vroege vijftiende eeuw is Everhardus van Balveren geen onbekende. Hij stamt uit een van de deftigste families van de stad, met een mooi wapenschild, een stenen huis en een naam die al generaties lang gewicht heeft in de Bommelerwaard. Zijn grootvader Henrik was ridderknaap in Drumpt bij Tiel. Zijn vader Willem trouwde Elisabeth van Haeften van Rhenoy. En Everhardus zelf groeide op met het besef dat een man van zijn komaf verplichtingen heeft, niet alleen aan zijn familie, maar aan de stad.
Vanaf 1394 tot aan zijn dood in 1436 is hij schepen van Bommel, meer dan veertig jaar lang. Dat is geen erebaantje. Schepenen zijn de ruggengraat van het stadsbestuur, verantwoordelijk voor rechtspraak, ambtelijke taken en het dagelijks onderhoud van alles wat de stad bij elkaar houdt.
Tussen 1423 en 1431 bekleedt Everhardus bovenop zijn schepenschap ook het ambt van tollenaar. Een lucratieve positie, want over de Waal varen voortdurend Hanzeschepen met kostbare ladingen: zout, graan, hout, wol, wijn en stof uit verre streken. Everhardus weet precies wie tol moet betalen en wie niet. Hanzesteden genieten voorrechten, maar die rechten zijn voortdurend onderwerp van onderhandeling en politiek gedoe.
Hij is niet vadsig, maar weldoorvoed. Als schepen en tollenaar loopt hij veel, controleert hij zelf de muren en kaden en bedient hij de stad met zijn lijf รฉn zijn verstand. Hij woont waarschijnlijk in het stenen huis in de Bloemendaal, dat al in de familie is sinds zijn grootvader. De kantelen zijn er nog, al heeft Bommel die al lang niet meer nodig nu de stadsmuur stevig staat. Maar deftig staan ze wel, en dat is reden genoeg om ze te laten zitten.
Op een bewolkte middag in de vijftiende eeuw loopt Everhardus van Balveren met zware stappen door de stad. Bommel mag geen afgevaardigde sturen naar Lรผbeck. Keulen heeft het geblokkeerd. Nijmegen stuurt al iemand, en dat vinden ze genoeg. Hoe moet hij dit de schout uitleggen? Hoe moet hij dit uitleggen aan zichzelf, hij die met eigen ogen in het Hanze-Urkundenbuch heeft gelezen dat Saltzbommel een volledig lid is, dat contributie betaalt, dat ertoe doet?
Hij loopt langs de stadsmuur, stelt vast dat er geen scheur of onvolkomenheid te zien is, en besluit de kluizenares te raadplegen. Aleid woont al sinds 1412 ingekluisd in de Sint-Maartenskerk, in een cel van twee meter breed en anderhalve meter diep, met een getralied venster naar buiten. Bestuurders, rijke kooplieden en gewone burgers zoeken haar op voor raad. Everardus stopt geld in de stenen kruik bij haar nis en legt een stuk kaas op de schaal ernaast.
Aleid kijkt hem doordringend aan. "U vraagt naar de bekende weg," zegt ze fel. "In uw hart weet u het antwoord al." En dan, na een lange stilte: "Als we het plaatsen in het Goddelijke Perspectief van Eeuwen... maakt het niet uit. De intentie blijft dezelfde: openheid, transparantie en handelsgeest. Documenten doen er niet toe."
Everardus loopt enigszins overdonderd maar ook merkwaardig opgelucht de kerk uit. Het briesje dat opsteekt voelt verfrissend aan. De Hanze bestaat al eeuwen. Bommel heeft altijd meegedaan en zal altijd meedoen. Hoe dan ook doet iedere schipper de stad aan, al is het maar voor proviand. Dat gevoel van goddelijk geluk dat in hem gloeit als hij door de vertrouwde straten loopt, zet hem aan tot een besluit. In de Sint-Maartenskerk zal hij voor het zieleheil van zijn hele familie een kapel laten bouwen. Zijn zoon Johannes voert die wil later uit. De Van Balverenkapel staat er nog steeds.
Zaterdag 20 juni om 12:30, 14:30 uur en op zondag 21 juni om 14:30 uur wacht Everhardus van Balveren op jou bij de Waterpoort om jou mee te nemen en meer te vertellen over Hanzestad Zaltbommel en zijn leven.
Deze wandeling is gratis
14/06/2026
๐ญ๐ฒ๐ฒ๐บ๐ฎ๐ป๐๐ธ๐ผ๐ฟ๐ฒ๐ป ๐ถ๐ป ๐ฑ๐ฒ ๐๐ฎ๐ป๐๐ฒ๐๐๐ฎ๐ฑ
Een kenmerk van een Hanzestad is de strategische ligging langs een grote rivier en er is belangrijke handel aanwezig.
Dat wetend, wat het dus niet zo verbazend dat vandaag ineens heel veel visserskoren de voeten aan wal zette in Hanzestad Zaltbommel en de gezelligheid en hun muziek meebrachten.
Het was een prachtig voorproefje voor Hanzestad Zaltbommel. Volgende week bij de Hanze-dagen ga je nog veel meer moois beleven wat een Hanzestad tot leven brengt.
๐ธFoto-album: Zeemanskorenfestival 2026 door Beleef Zaltbommel
Klik hier om uitgelicht te worden.
Website
Adres
Centrum
Zaltbommel