IPOR

IPOR

Delen

Het Interprovinciaal Opperrabbinaat van Nederland, IPOR, is het Opperrabbinaat dat verantwoordelijk i IPOR heeft een ANBI status: Uw gift is aftrekbaar. IPOR

Wilt u uw nalatenschap schenken aan de Joodse Gemeenten of een donatie geven aan het IPOR, dan kunt u contact opnemen met [email protected]. Rekeningnummer: NL79 ABNA045 6577653, t.n.v.

Photos from IPOR's post 05/06/2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 4 juni 2026

“In een tijd waarin discriminatie en antisemitisme toenemen wensen wij u en uw gezin veel sterkte. Weet u door ons gesteund! Raad van Kerken Amersfoort.”
Voorzien van een prachtige bos bloemen bereikte mij deze wens. Ik zat me juist af te vragen of ik wel of niet in de put moest gaan zitten, toen er aangebeld werd en de bloemen hun opwachting maakten in onze woonkamer. Het zijn vaak de kleine gebaren (en de grote bossen bloemen) die zoveel kunnen betekenen.

Woensdag gaf ik een ‘buurt-lezing’. Waarom ik die lezing in de Beethovenbuurt te Amsterdam gaf herinner ik me niet meer en ook wie me hiertoe had uitgenodigd ben ik vergeten. Het aantal deelnemers zou slechts minimaal zijn. Maar dat viel mee (of tegen) want het was meer dan volle bak. Ik schat zo’n vijftig à zestig! Ik heb letterlijk anderhalf uur non-stop mijn verhaal gedaan en ik had nog gerust een anderhalf uur verder kunnen gaan, maar dat ging hem niet worden want om 19:00 uur moest ik in Hilversum zijn. Regelmatig hoor ik de stelling dat een toespraak niet langer dan twintig minuten mag duren omdat anders bij de deelnemers slaap-verschijnselen optreden, maar ik trek die wijsheid in twijfel, want toen ik uitgesproken was waren alle aanwezigen nog volledig aanwezig, niemand snurkte, hoestte of sliep. Maar wat is het nut van die anderhalf uur Jacobs, vraagt u zich wellicht af. Het antwoord ligt besloten in het begin van de Sidra van aanstaande sjabbat. Aharon de Hoge Priester krijgt de opdracht om de Menora in de Tempel van Jeruzalem te ontsteken (Numeri 8: 1-2) opdat de zeven lampen licht zullen verspreiden. Het verspreiden van licht, dat is de opdracht aan de Hoge Priester. Maar wat heeft dat met mij en met u, geachte lezer, te maken?

Even tussendoor een religieus lesje: ieder woord in de Thora, iedere opdracht, ieder ge- en verbod heeft eeuwigheidswaarde en geldt voor iedereen. Maar, zo hoor ik u vragen, ik ben toch geen Aharon de Hoge Priester, of ik ben een vrouw en geen man, of ik ben geen koning die een andere levensopdracht heeft dan een eenvoudige burger en zo kunnen we nog vele vragen stellen. En hoe kunnen we dan zeggen dat ieder woord voor ieder betekenis heeft? Het antwoord: het moge dan zo zijn dat ik geen Hoge Priester ben, in de letterlijke zin van het woord, maar figuurlijk dient ieder mens wel degelijk zich dienend op te stellen en hebben we allen de opdracht om licht te verspreiden, zeker als er om ons heen zoveel duisternis heerst. Die bos bloemen bracht voor mij op dat moment, in mijn duisternis, licht. En daarom probeer ik waar ik me ook bevind licht te brengen. En dus ben ik dankbaar dat ik in de Irenestraat vlak bij de Beethovenstraat, vlak bij het Montessori Lyceum waar ik mijn gymnasiumdiploma mocht behalen, licht mocht brengen door te vertellen over Jodendom, indirect in de strijd tegen de weelderig bloeiende Jodenhaat die in mijn schooltijd zeker in de Beethovenbuurt niet aanwezig was, althans niet zichtbaar.

Woensdagavond, we deden of het donderdagavond was want het moest lijken op een live-uitzending, werd ik in de studio van de EO verwacht voor een tv-opname die zou worden uitgezonden op NPO2 onder de titel De Joodse Wereld. Ik ga hierover weinig schrijven want u kunt gewoon even kijken via deze link: https://npo.nl/start/afspelen/de-joodse-wereld_11. Ik zou het waarderen als u mij schrijft hoe u de uitzending vond en dan natuurlijk mijn optreden. Was ik te gematigd of te scherp?

En toen was het de volgende dag. Een afwisselende agenda. De ochtend stond in het teken van e-mails beantwoorden of deleten. Hoewel, deleten? Het is vaak lastig om ellenlange vragen te beantwoorden of een e-mail te lezen die maar geen eind schijnt te krijgen of dusdanig verward overkomt dat er geen staart (ook geen Joodse) aan valt vast te knopen. En toch probeer ik zoveel mogelijk te beantwoorden of op z’n minst te reageren, want als ik iets onzinnig vind, betekent het niet dat het onzinnig is. Ik herinner mij een jongeman die, laat ik me netjes uitdrukken, niet erg intelligent was. Hij vroeg de Lubavitcher Rebbe wat voor cadeau hij zijn zusje moest geven voor haar verjaardag. Ik heb het antwoord gezien. In een uitgebreid schrijven heeft de Rebbe omstandig uitgelegd wat hij voor haar moest kopen! De vraag was onzinnig en het antwoord overbodig, in mijn optiek. Maar voor de vraagsteller die niet over een hoog IQ beschikte, was de vraag een realistisch en belangrijk probleem. En dus heeft de Rebbe van zijn kostbare tijd genomen om een passend antwoord te geven en probeer ik iedere e-mail te beantwoorden, ook als ik er geen touw aan kan vastknopen!

In Utrecht was een indrukwekkende bijeenkomst. Twee tragedies, een oude en een recente, kwamen bijeen. Achter de sjoel van de Joodse Gemeente Utrecht, op terrein van de Joodse Gemeente, staat een bouwval. Eens was dit het leslokaal van de Joodse Gemeente en in de oorlog werd hier zelfs nog in het diepste geheim een sjoeldienst gehouden. Ter nagedachtenis aan Omer Moshe en Omer wordt nu onder de voortvarende leiding van Rachel Levy, bestuurder van de Joodse Gemeente, gepoogd om deze ruïne een bestemming te geven, een studentenhuis dat ruimte gaat bieden aan hen die de toekomst van Joods Nederland zullen moeten bepalen. Maar wie zijn/waren Omer Moshe en Omer? Twee IDF-soldaten die recentelijk sneuvelden. Jonge mannen, wier toekomst bruut werd afgebroken in een oorlog waarom Israël niet had gevraagd, maar die gevoerd moest en moet worden om te voorkomen dat Israël van de kaart wordt geveegd. Maar niet alleen Israël, want de vijand richt zijn peilen op Joden, waar ook ter wereld, de vijand zoekt de Endlösung, en zoekt herhaling van wat toen uiteindelijk niet is gelukt, maar diepe wonden heeft nagelaten. Jozef (Jo) van Gelder was de rabbijn van Utrecht gedurende en na de oorlog. Hij was de oom van rabbijn Ies Vorst zl., de broer van zijn moeder die in de oorlog was omgekomen. Het studentenhuis wordt vernoemd naar Omer Moshe en Omer, beiden directe nazaten van rabbijn van Gelder. Een monument ter nagedachtenis is mooi, belangrijk. Maar dit studentenhuis in Utrecht wordt veel meer dan een monument, het wordt een voortzetting van waarvoor zij sneuvelden, de overleving van de Staat Israël, de voortzetting ook van Jodendom in Nederland. In aanwezigheid van de vitale hoogbejaarde zoon van rabbijn van Gelder, speciaal met echtgenote en kinderen overgekomen uit Israël, in aanwezigheid van de Nederlandse Vorst-familie en van leden van de Joodse Gemeente Utrecht, werd op bijzonder indrukwekkende wijze een begin gemaakt met de herbouw van de Joodse school en werd het nieuwe studentenhuis gekoppeld aan rabbijn Jo van Gelder en aan Omer Moshe en Omer, zijn achterkleinkinderen.

Ik besloot de dag met een solidariteitswandeling in Zwolle. Iedere eerste donderdag van de maand wordt er (ook) in Zwolle van het stadhuis naar de sjoel gelopen. Zonder vlaggen, zonder posters, zonder geschreeuw. Een stille zichtbare wandeling met gebed, stilte, respect. Vóór vrede en tégen antisemitisme. Aangekomen bij de sjoel openden zich onverwacht en onaangekondigd de sjoeldeuren en bood Ingrid Petiet, voorzitter van de Joodse Gemeente Zwolle, alle deelnemers bescherming tegen de net beginnende plensbui. Ik mocht de stille lopers toespreken over het licht dat zij brengen in de duisternis van het groeiende antisemitisme. Zij bemoedigen ons en het doel van mijn meelopen was om ook hen namens de Joodse gemeenschap te bemoedigen en te danken voor hun maandelijkse solidariteitswandeling.

Photos from IPOR's post 02/06/2026

Dagboek van de opperrabbijn 1 juni 2026

Mijn vorige dagboek eindigde ik met de mededeling dat ik moest stoppen met schrijven omdat ik binnen afzienbare tijd zou worden afgehaald om deel te nemen aan de eerste Solidariteitswandeling in Rotterdam. De opkomst had weliswaar groter mogen zijn, maar al solidariteit-wandelend groeide de groep, om na een stevige wandeling bij de sjoel te arriveren waar onder andere door Rotterdams rabbijn Juda Vorst alle deelnemers werden bedankt en waar de rabbijn ook de schade liet zien die de aanslag had veroorzaakt en uitlegde wat de aanslag had kunnen veroorzaken als de synagoge niet voorzien zou zijn geweest van kogelvrij glas.

Het is nu, nu ik dit dagboek begin te schrijven, dinsdagochtend 6:30 uur. Hoewel ik zondagavond dit dagboek had moeten schrijven, was ik gelukkig en helaas dusdanig bezig dat het gewoonweg niet eerder lukte.

Na een vredige en fijne sjabbat vertrokken we zondag om 10:00 uur. Nou klinkt 10:00 uur niet erg vroeg, maar voorafgaande aan vertrek moet ik wel sjachariet, het ochtendgebed, hebben gedawend en mijn dagelijkse lern-programma hebben afgewerkt. En toen begon mijn rabbinale afwisselende dag. Afwisselend omdat we, Blouma was mee, begonnen met een sjiwwe-bezoek in Amstelveen. Er werd dus, zoals dat heet, sjiwwe gezeten. Even een korte educatieve uitleg, want per slot van rekening is een rabbijn een leraar. Als iemand een eerstegraads familielid heeft verloren, zit hij/zij een week lang na de lewaja, begrafenis, sjiwwe. Sjiwwe is een treurweek waarin geen werk wordt verricht en waarin bekenden en vrienden op bezoek komen om te condoleren. We begonnen de dag dus met verdriet, maar eindigden met vreugde. Een bespreking in Rosmalen met een echtpaar in spé over hun bruiloft over een paar maanden in de synagoge van Nijmegen. Om 22:00 uur waren we weer thuis. Na Amstelveen reden we naar Antwerpen. Een bespreking met een gioer-kandidaat uit Zeeland. Deze kandidaat, om tot het Jodendom toe te treden, heeft al een heel voortraject achter de rug en los hiervan is het bijna zeker dat hij al Joods is, maar tastbaar bewijs ontbreekt. En dus is hij in het gioer-traject beland en zal er op korte termijn een afronding plaatsvinden en is de actieve Joodse Gemeente Zeeland weer een lid rijker. Waarom ik hem ontmoette in Antwerpen? Omdat we daar moesten zijn voor de jaarlijkse vergadering van het bestuur van de Joodse Gemeente Zeeland met het bestuur van de Stichting Synagoge Middelburg, de eigenaar van de sjoel. En omdat deze jaarlijkse vergadering vele jaren geleden door mij in het leven was geroepen om een toenmalig pijnlijk conflict de wereld uit te helpen, is de traditie ontstaan om jaarlijks bijeen te blijven komen, punten die aandacht behoeven te bespreken en vooral te genieten van de koosjere maaltijd bij Hoffy’s. De ‘vergadering’ duurde van twee uur tot half zes. Ik heb ‘vergadering’ maar even tussen aanhalingstekens geplaatst, want de meeste tijd werd aan de koosjere gerechten besteed. U, mijn trouwe dagboekenier, ziet dat het rabbinale baantje zeker ook zijn aantrekkelijke kanten kent! Helaas moest er ook gesproken worden over sloten en vluchtwegen in de sjoel, want dat is heden ten dage standaard bij alle Joodse gemeenten, zelfs in een vredig Middelburg. En los van alles met betrekking tot de sjoel, kwam natuurlijk ook ter sprake het antisemitisme en de vraag hoelang Joden nog in Nederland kunnen blijven wonen. Mijn mening: zolang onze lokale en landelijke Overheid niet oproept tot Jodenhaat en ons, de Joodse gemeenschap, goedgezind is, en dat zijn ze, blijven we gezellig waar we zijn en laten ons niet intimideren, zelfs niet door media die als dagelijkse kop het Midden-Oosten opvoeren en Israël, en dus Joden, demoniseren. Overigens werd bij de koosjere Zeeland-maaltijd ook nog uitgebreid gesproken over abortus, wat dat met de sjoel of de maaltijd te maken had, weet ik niet meer, maar wel uitgebreid gedelibereerd over hoe de Halaga, de Joodse wet, werkt. Kort samengevat: er bestaan zwarte wetten, witte wetten en een grijs gebied. En in dat grijze gebied is de Rabbijn, de jurist werkzaam. Abortus mag zeker niet, tenzij het ongeboren kind een levensbedreigend gevaar vormt voor de moeder. Ook de Brit Mila, de besnijdenis, kwam ter tafel, geestelijk bedoel ik. Dat kon dus niet ontbreken omdat we ons in de Joodse wijk van Antwerpen bevonden alwaar twee top-mohalim (besnijders) met veel bombarie waren gearresteerd. Over enige weken zal de zaak bij het parket voorkomen. Ik ben benieuwd! Maar zelfs als ze worden vrijgesproken: het fenomeen dat deze religieuze ingreep ter discussie staat, is niet goed, antisemitisme pur sang!

Gisteren, maandag dus, eerst een sjioer in sjoel Amstelveen, daarna overleg met de voorzitter van de stichting die mijn auto financieel rijdende houdt, een ziekenbezoek en toen: het Vondelpark. Overigens is de voorzitter van mijn stichting voor mij geen onbekende want in eerdere jaren was hij voorzitter van de Joodse Gemeente Enschede, voorzitter van het dagelijks bestuur van het IPOR, voorzitter van de Permanente Commissie van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap enz. Joods Nederland is klein en wordt geleid door een beperkt aantal vrijwilligers die zich onbezoldigd met hart en ziel inzetten om Joods Nederland overeind te houden. Vanaf dit dagboek: hulde aan alle vrijwillige bestuurders die met zoveel overgave en motivatie in een moeizame tijd zich blijven inzetten om dat wat eens was zoveel mogelijk te behouden.

En toen naar het Vondelpark waar de jaarlijkse Sobibor-herdenking plaatsvond. Wederom vrijwilligers die een bijeenkomst organiseerden ter nagedachtenis aan die afschuwelijke plaats waar bijna alle Joden direct na aankomst zich moesten ontkleden om hun leven te beëindigen in de gaskamers. Indrukwekkende toespraken, een toneelstuk door jongeren opgevoerd dat toonde hoe complex en gevaarlijk een samenleving is en kan zijn. Waarom Vondelpark, vraagt u zich wellicht af. De bijeenkomst was trouwens niet in het Vondelpark, maar voor het hek van het park, aan de buitenkant. Hier stond eens een bordje “VOOR JODEN VERBODEN”.

In het theaterhart van Amersfoort prijkte zondag “No business as usual. Culturele boycot Israel”. De Flint wordt zwaar gesubsidieerd door de Gemeente Amersfoort en bevindt zich daar waar eens de Joodse wijk van Amersfoort was, die niet meer is…

Toen Koning Willem Alexander moederziel alleen op 4 mei in de coronaperiode op de Dam zijn toespraak hield, refereerde hij op indrukwekkende en moedige wijze aan het bordje bij het hek van het Vondelpark toen hij zei: Sobibor begon in het Vondelpark met een bordje “voor Joden Verboden”.

Excuus dat ik Vondelpark en de Flint door mekaar haalde, foutje (?).

Photos from IPOR's post 29/05/2026

Dagboek van de Opperrabbijn 28 mei 2026

Nadat we dinsdagochtend om 8:00 uur weer voet hadden gezet op vaderlandse bodem, was ik ’s avonds in Hilton Hotel Den Haag voor de viering van de Onafhankelijkheidsdag van Azerbeidzjan op 28 mei. De ambassadeur is een goede bekende van mij en daarom vond ik dat ik niet mocht ontbreken. Los hiervan, en dat is natuurlijk nog veel belangrijker, Azerbeidzjan is een Islamitisch land en tegelijkertijd heeft het een zeer goede band met Israël. Met G’ds hulp zullen meerdere Islamitische landen volgen! Dat mijn aanwezigheid werd gewaardeerd bleek onder andere uit de wijze waarop ik welkom werd geheten. Nog geen voetstap had ik gezet in het Hilton Hotel Den Haag, waar de viering plaatsvond, of de persoonlijk assistent van de ambassadeur kwam me letterlijk tegemoet hollen om me binnen te laten. Ik voelde me dan ook meer dan welkom en realiseer me dat dat welkom-zijn niet zozeer mijn persoontje betreft, maar het is een uitgestoken hand naar de Joodse gemeenschap en dus ook richting de Staat Israël! Een van de genodigden was Jan van Zanen, Den Haags eerste burger, die spontaan mij bemoedigde door nadrukkelijk aan te geven om door te gaan met de strijd tegen antisemitisme en vooral niet op te geven. Tegelijkertijd, en dat was goed om te horen, gaf hij ook duidelijk aan dat er meer en meer stemmen hoorbaar worden die een tegengeluid laten horen en zicht- en hoorbaar afstand nemen van het inmiddels alom aanwezige antisemitisme. Zo nodig, benadrukte hij, kan ik hem altijd op zijn 06 nummer bereiken!

Dit neergeschreven hebbend moest ik terugdenken aan zo’n tegengeluid dat ik, naar ik meen, nog niet met u had gedeeld of wel gedeeld maar vergeten hetgeen me niet zou verbazen. Precies twee weken geleden kreeg ik bezoek van Kamran Ullah, de hoofdredacteur van de Telegraaf, die zich duidelijk profileert als een vriend van Israël. Geboren en getogen in Nederland, maar vanwege zijn Pakistaanse voorouders en zijn niet-Nederlands klinkende voor- en achternaam, wordt hem regelmatig gevraagd of hij Nederlands spreekt. Ik voelde me meteen partner in crime! Want zelfs ik, zonder een niet-Nederlands klinkende voor- en achternaam werd een paar dagen geleden weer eens goedbedoelend gevraagd sinds wanneer ik Nederland woon en hoelang het mij nam om Nederlands te leren. Ik kreeg er nog wel even een complimentje bij want vraagsteller vond het erg knap van mij dat ik bijna accentloos mijn Nederlands beheerste.

En toen was het woensdag en vertrokken we om 11:00 uur ’s ochtends om zojuist, donderdag 28 mei om14:00 uur, weer voet op vaderlandse bodem te hebben gezet. Het was anderhalve dag Antwerpen. Anderhalve dag klinkt niet zoveel, maar toch waren die anderhalve dag zeer intensief en intens. Maaltijden en programma bij Hoffy’s, overnachten in Hotel Maek op vierhonderd meter afstand. Honderdvijftien leden van de vierhonderd leden tellende businessclub van Christenen voor Israël waren vanuit heel Nederland afgereisd naar de Lange Kievit straat. De deelnemers werden na ontvangst in drie groepen gedeeld om ieder op eigen wijze van de (eigenwijze) gids Joods Antwerpen te bezoeken. Mijn groep, ik was een van de drie gidsen, was numeriek in de meerderheid. Ik denk dat de reden daarvan was dat we met z’n allen de jesjiwa gingen bezoeken. Normaal kom je daar als buitenstaander niet binnen, want een jesjiwa is geen museum waarvoor je een entreekaartje koopt en vervolgens, gelijk in de Antwerpse Dierentuin, gaat (Joodse) aapjes-kijken. Ik had met de directeur afgesproken dat hij de kinderen zou vragen of ze bereid zouden zijn om hun speelkwartier op te offeren, een keer geen voetbal, maar in plaats daarvan spreken met de gasten uit Nederland die allen, stuk voor stuk, onwrikbaar en eensgezind achter Israël staan en vele joodse instellingen in Israël met hart en ziel steunen. Los van hun substantiële financiële support zijn ze ook politiek actief om op te komen voor Israëls belangen en strijden ze tegen iedere vorm van antisemitisme. Er waren veel nieuwe gezichten en dus heb ik velen mogen ontmoeten die ik niet kende maar de meesten wisten wel wie ik was, vaak vanwege mijn dagboek. Voor de restauratie en leefbaar makende inrichting van een miklat, schuilkelder, in Be’er Sjewa werd even tussen de bedrijven door € 95.000 opgehaald. Het was indrukwekkend hoe de jongetjes van de jesjiwa in gesprek raakten met de gasten. Ik had ze eerst even kort uitgelegd wat een jesjiwa is en daarna verzocht om gewoon de leerlingen, naast te gaan zitten of staan en te vragen. Alles mocht gevraagd worden en de jongens genoten zichtbaar van de gesprekken die ze mochten voeren en de vragen die ze moesten beantwoorden.

De Hoffy’s brothers hadden een geweldige catering geleverd, as usual, iedereen was meer dan tevreden. Uiteraard heb ik ook een aantal keren de meute mogen toespreken, maar voor mij was het gesprek aan de bar, ’s avonds, eigenlijk het hoogtepunt. De vragen die loskwamen, de antwoorden die ik mocht geven. Hoewel ik die avond geen enkele Urker ontmoette, liep het de volgende ochtend bij het ontbijt totaal anders. Ik ging gewoon ergens zitten aan een tafel waar nog niemand zat en toen ik even weg was en weer terug was gekomen, wist ik mij omringd door een en al Urk. Dat de Urkers soms een beetje last hebben van (te)veel eigenwaarde, bleek wel weer toen mij, zonder een glimp te vertrekken een van de Urkers aangaf dat nr. 1: Urk is de hoofdstad van Nederland en 2: de zestienduizend Urkers vormen de kern van Nederland waar behalve die zestienduizend Urkers ook nog achttien miljoen vreemdelingen wonen. Het schijnt dat Urk inmiddels zijn vlag heeft bijgesteld, zo wist een van de Urkers mij te vertellen (of wijs te maken?). Het is een gewone vlag van Israël met daarin ook de afbeelding van een vis. De vis natuurlijk omdat Urk een vissersdorp is, hoewel het aantal Urkse business-club leden dat in de bouw zit zeer aanzienlijk is en misschien wel de vishandelaren overstijgt.

Ik stop nu, want zo dadelijk word ik afgehaald om naar Rotterdam te gaan voor de eerste lokale Rotterdamse solidariteitswandeling.

Photos from IPOR's post 25/05/2026

Dagboek 24 mei 2026,

We waren Sjawoe’ot, het Wekenfeest, in Londen (niet te veel aan een feest denken. Weken’feest’ heet ook alleen in het Nederlands ‘feest’, maar dat leg ik nog wel een keertje uit, want een feest is niet echt een feest.). We waren dus eerst in de Joodse wijk Stamford Hill en daarna in Golders Green, recentelijk helaas bekend van die aanslagen. De vier ambulances die kennelijk vernietigd moesten worden om de mensen in Gaza te helpen, werden onder andere door onze zoon, vrijwilliger bij Hatzola, gereden. Hatzola is een soort eerste hulp bij ongelukken die voor iedereen, ongeacht geloof, geaardheid of afkomst letterlijk 24/7 klaarstaat. Gezien de geweldige support uit de wijk en met overheidssteun werd de hulp waarvoor ze staan, niet gestagneerd, zelfs niet tijdelijk. Vier nieuwe ambulances zijn al in de maak en voor een jaar heeft London Ambulance Service vier splinternieuwe nog niet eerder gebruikte ambulances gratis voor een jaar ter beschikking gesteld.

In Stamford Hill, de Joodse wijk, waar we de twee Jom Tov dagen verbleven, was duidelijk meer beveiliging aanwezig. Ik merkte bij mezelf dat ik wel extra alert ben geweest. Steeds omkijken, iedere niet-jood die er afwijkend uitzag toch extra in de gaten houden. Een paar keer de straat overgestoken, terwijl ik niet aan de overkant moest zijn.

Als mijn herinnering me niet te veel in de steek laat, ben ik vijftien jaar geleden begonnen te waarschuwen tegen het, toen nog opkomend, antisemitisme. Dat vond niet iedereen even leuk, want een rabbijn moet vooral een positieve boodschap brengen, mensen bemoedigen en na een rabbinale toespraak moet de goegemeente opgewekt en geïnspireerd huiswaarts keren. Nou heb ik niet in iedere toespraak mijn zorg kenbaar gemaakt en ik herinner me niet ooit mijn hele droosje aan Jodenhaat te hebben gewijd, maar ik kan de kritiek zeker plaatsen. Sterker nog, ik vraag me af of al mijn gewaarschuw enig nut heeft gehad en moet ik daarom beter vanaf nu over polarisatie, antisemitisme en antizionisme zwijgen? Schoenmaker, blijf bij je leest en rabbijn, bemoei je niet met politiek.

Op Sjavoe’ot ontving het Joodse volk bij de berg Sinai de Tien Geboden of beter vertaald: de Tien Woorden. Want het moge dan zo zijn dat in het Nederlands wordt gesproken over de Tien Geboden, de juiste vertaling luidt niet Geboden, maar Woorden. Vertalingen geven niet altijd precies weer wat er staat, want vertalen is verklaren. Enfin, 3300 jaar geleden stonden onze voorouders dus bij de berg Sinai en kregen de Tien Woorden aangereikt, de basis van het Jodendom. In de Joodse filosofie wordt benadrukt dat de Joden op ieder van die tien basisprincipes unaniem instemmend positief hebben gereageerd, maar ten aanzien van hoe precies hun reactie was, hoe ze hun instemming hebben verwoord, is er een discussie tussen rabbi Shmuel en rabbi Akiva. Rabbi Shmuel geeft aan dat ze op de geboden reageerden met een instemmend ‘ja, we zullen het doen’, en op de verboden zeiden ze ‘nee, we zullen U volgen en de overtreding niet begaan’. Rabbi Aviva daarentegen is van mening dat zowel op de ge- als op de verboden eenzelfde reactie werd gegeven: ‘ja, we stemmen in met het ge- en verbod’.

Wat is hun discussie? Waarom maakt rabbi Akiva geen verschil tussen ge- en verboden, en waarom maakt rabbi Shmuel dat onderscheid wel?

Plotseling komt tante Beppie zl. In mijn gedachten. Zij woonde bij ons in de buurt en zij en Gerhard haar man kwamen vaak bij ons e n gingen zeker eens per maand met onze kleintjes naar de Dierentuin. Ik ben altijd erg terughoudend geweest om overlevenden van de oorlog met onze kinderen te confronteren. Op mijn bureau stonden nooit foto’s. Velen van hen hadden immers ook kinderen ‘gehad’… Beppie had echter nooit een kind kunnen baren, ze was in de experimentenbarak geweest van Auschwitz. Maar Beppie wilde juist met mijn kinderen optrekken, ze genoot ervan. Ze was ook altijd opgewekt, tevreden en dankbaar. Was Beppie vroom? Als ik hiermee bedoel Joods praktiserend, dan denk ik het niet. Maar als ik met vroom echt vroom bedoel…

Terug naar de discussie tussen Rabbi Akiwa en Rabbi Shmuel: Rabbi Akiwa ziet dat ook het negatieve, zelfs het summum van kwaad, van Boven komt en als daarmee wordt omgegaan, zoals een Beppie en zoveel andere overlevenden dat hebben gedaan, dan is dat minstens net zo positief als het naleven van de geboden, want ge- en verboden zijn bij de Eeuwige, van Boven naar beneden bezien, minstens gelijkwaardig.

Rabbi Shmuel beseft echter dat wij ons beneden bevinden, in een materialistische wereld en dat we daarom weliswaar kommer en kwel dienen te aanvaarden, maar dat we alles in het werk moeten stellen om het kwaad te verdrijven, ‘Aanvaarden, ja. Accepteren, neen.’

Mijn gevecht tegen antisemitisme-antizionisme zet weinig zoden aan de dijk, maar toch blijf ik strijden, ook als sommigen dat niet leuk vinden, en zelfs een enkeling daarom meent die ene keer per jaar dat hij naar sjoel kwam, nu niet meer te komen. De reden van mijn volharding? Ik bevind me beneden op deze politieke aardbol en daar is geen plaats voor polariserende en demoniserende Jodenhaat.

We varen morgen terug. Ik vermoed dat ik me in Nederland veiliger voel, maar of dat inderdaad zo is, kan ik niet zeggen. De vraag uit Joodse en uit niet-Joodse hoek luidt steeds vaker waarom we in Nederland blijven wonen. Mijn rationele antwoord is en blijft dat ik me niet laat verdrijven. Wij, de families Jacobs, de Leeuw, Sander en Elkus, wonen hier al eeuwen en zullen vooralsnog, zolang de Mosjach nog onderweg is maar nog niet aangekomen, hier blijven. Ik ben allergisch voor chantage, zeker ook als het ‘slechts’ psychologische intimidatie is.

Am Jisraeel Chaj, we leven en overleven, zelfs in Nederland.

20/05/2026

Dagboek van de Opperrabbijn – 20 mei 2026

Hoewel ik na mijn 5½ uur nachtrust (nadat ik gistermiddag wel een flinke uil had geknapt) prima uitgeslapen ben, word ik toch met gemengde gevoelens wakker. Het spookbeeld ‘burgemeester in oorlogstijd’ gonst door mijn hoofd.
Trouwe lezer van mijn dagboek, ik excuseer me op voorhand dat dit dagboek geen echt dagboek gaat worden. Terwijl ik nog helemaal niet weet wat er uit mijn digitale pen gaat vloeien, zie deze compositie als een therapeutisch “van-me-af-schrijven”, misschien wel een noodkreet, een en al bezorgdheid. Maar ik weet bijna zeker dat de laatste regel positief zal zijn, want zo zit ik in elkaar.

Ik herinner me dat ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Elburg (3 mei 1985) aan de toenmalige burgemeester vroeg waarom ik recentelijk, veertig jaar na de oorlog, zo vaak word opgetrommeld om monumenten te onthullen ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden. Waarom nu pas? Ik herinner me heel goed zijn antwoord: “Mijn oudere collega’s willen liever de oorlog achter zich laten, want ze waren bevreesd dat hun eigen optreden, of beter geformuleerd hun niet-optreden, of soms zelfs het actief laten gebeuren, dan aan de kaak kan worden gesteld. Burgemeester in oorlogstijd.”
Ik denk erover om Frans Timmermans te gaan bellen en hem te vragen: “Beste Frans, help ons! Je hebt je uit de politiek teruggetrokken, nu kun je jezelf zijn. Ik ben er nog steeds volledig van overtuigd dat je geen antisemiet bent en ook zeker Israël niet van de kaart wilt vegen.” Maar politiek is politiek en gaat over stemmen, achterban, je eigen positie bewaren en bewaken, vaak ten koste van… Hetzelfde geldt ook vaak voor huidige politici en zelfs voor burgemeesters (m/v).

En wat met mezelf, Binyomin? Is het geen tijd om je Nederlandse mede-Joden op te roepen om…? Je hebt je mening veranderd ten aanzien van de individuele leden van de Joodse Raad; je denkt niet meer dat ze per definitie egoïstische schurken waren. Maar hun optreden bleek, zeker achteraf bezien, catastrofaal verkeerd te zijn geweest. Ja, als de geallieerden Nederland veel en veel eerder zouden hebben bevrijd, dan waren zij met hun pappen en nathouden de grote redders geweest, maar de geallieerden kwamen niet eerder.
En dus heeft dat telefoontje dat ik gisteren kreeg van een niet-Joodse vriend bij mij verwardheid gezaaid. “Binyomin, bega niet de fout van de Joodse Raad!” Toeval bestaat niet en alles heeft een doel en betekenis.

Enige maanden geleden was ik vanuit de EJA, European Jewish Association, in Krakau/Auschwitz met zo’n honderdvijftig politici uit geheel Europa. Bij het monument in Birkenau moest ik het kaddiesj-gebed uitspreken en een paar woorden van bezinning brengen. Omdat ik gewoonlijk mijn toespraken niet van papier oplees, maar uit het hoofd spreek, weet ik nooit helemaal van tevoren wat ik ga zeggen. En dus eindigde ik, zelfs tot mijn eigen verbazing en schrik, mijn overdenking als volgt: ik hoop dat onze nazaten hier over tachtig jaar niet wederom zullen staan om te herdenken… Auschwitz Twee!

Inmiddels heb ik al heel wat koffie op. Als ik ’s nachts niet kan slapen, neem ik drie koppen koffie als slaapmiddel. En als ik ’s morgens wakker ben, dan weer twee, maar dan om wakker te blijven. Ik heb net twee koppen koffie tot me genomen en kan nu weer realistischer en dus positiever denken.

Hoe je het draait, wendt of keert: onze overheid kan en mag niet vergeleken worden met de nazi-overheid van toen. Mocht u gedacht hebben dat ik dat vóór mijn ochtendkoffie bedoelde, dan bied ik mijn welgemeende excuses aan, ik heb dat niet geschreven en absoluut niet gedacht! De Nederlandse overheid zorgt goed voor ons Joden. Onze twee Joodse dagscholen zijn bunkers met de Koninklijke Marechaussee voor de deur. Synagogen in den lande krijgen extra bescherming en ikzelf ben innig dankbaar voor de bescherming die mij van overheidswege, landelijk en door lokale burgemeesters (m/v), positief wordt ‘opgedrongen’.
Antisemitisme is van alle tijden, een muterend virus dat voor ieder geneesmiddel resistent is geworden. En dus achteroverleunen? No way! Bruggen bouwen, educatie, educatie, educatie. In AZC’s, op middelbare scholen, in het basisonderwijs, al op de kleuterschool en vooral thuis.

Wet op de privacy? Iedere wet heeft als doel om de gezondheid van de samenleving voor alle burgers te bevorderen, en dus ook de wet op de privacy. En dus moet er ook met ouders van kleuters gesproken kunnen worden als hun kleuter mij publiekelijk naroept: “Jehoed” of “Free Palestine”.

Educatie, educatie, educatie! Politici en zeker burgemeesters hebben een voorbeeldfunctie; tegen hen wordt opgekeken. Zij dienen er onkreukbaar uit te zien, zij dragen een ambtsketen, voor een burgemeester moet je opstaan, zij hebben invloed.
We staan aan de vooravond van Sjawoe’ot, het Wekenfeest, vrijdag en sjabbat aanstaande. Op Sjawoe’ot stond het Joodse volk na de Uittocht uit de Egyptische slavernij, meer dan drieëndertighonderd jaar geleden, bij de berg Sinai. Daar heeft G’d de totaliteit van Thora en Traditie gegeven en vond als het ware de geboorte van het Joodse volk plaats. Tot dat moment waren er Joden, maar van een volk was nog geen sprake.
Met het ontstaan van het Joodse volk ontstond ook de opdracht om je als volk en als Joods individu niet van de omringende samenleving af te zonderen, maar aan de maatschappij een positieve bijdrage te leveren door haar bekend te maken met de zogenaamde Zeven Noachidische Wetten, basisprincipes die nodig zijn om een vredige samenleving te hebben.

Dat betekent ook bruggen bouwen, ook met medemensen die wellicht heel anders denken of anders leven. Van mening verschillen mag, maar haat, of nog erger, moeten we niet willen. En daarom is het soms verstandig om bepaalde onderwerpen (tijdelijk?) niet te bespreken. En dan zie je na verloop van tijd dat ook uiterst gevoelige onderwerpen, zonder eruit te komen, toch bespreekbaar worden.

Kijk naar de verhouding tussen Joden en christenen in ons eigen Nederlandje. Tussen Jodendom en christendom bestaan essentiële, onoverbrugbare verschillen en toch was maandag jl. de nieuwe scriba van de PKN, ds. Kees van Ekris, begeleid door de beleidsmedewerker van Kerk en Israël, Eeuwout Klootwijk (wij kennen elkaar al tientallen jaren!), bij mij thuis voor een kennismaking en om te bezien hoe we kunnen samenwerken op die gebieden die we gemeenschappelijk dragen.

Ik ga me voorbereiden op Sjawoe’ot. Het bestaan van het Joodse volk is een wonder. Ja, het was en is niet altijd even eenvoudig, en nu druk ik me netjes uit. Maar als ik in een onverhoopte en bijna depressieve gemoedstoestand ga doemdenken, dan duw ik dat snel weg met de gedachte dat mijn ouders geen kant op konden, maar dat er voor mij een piepklein landje bestaat waar ik altijd welkom ben.

Stop! Deze laatste zin had ik misschien niet moeten schrijven. Het Joodse volk leeft en overleeft. Am Jisraeel Chaj, zeker ook in mijn/ons Nederland!

Wilt u dat uw plaats van aanbidding hét hoogst genoteerde Kerk in Amsterdam wordt?
Klik hier om uitgelicht te worden.

Telefoon

Adres

Postbus 7967
Amsterdam
1008AD

Openingstijden

Maandag 09:00 - 13:00
Dinsdag 09:00 - 13:00
Woensdag 09:00 - 13:00
Donderdag 09:00 - 13:00
Vrijdag 09:00 - 13:00